Overzicht Nieuws Contact wie zijn wij spreekuur lid worden Overlevingsgids Multiloog
logobbapp

Ideologische standpunten over arbeidsbemiddeling en werkgelegenheid

Achtergrond

Het perspectief van de baan

Het perspectief van de baan. Het is maar hoe je het opvat als je het hebt over de activiteiten van reïntegratiebureau's, die mensen moeten begeleiden naar betaald werk of- als dat niet haalbaar is- naar sociale activering. Voor sommigen gloort aan de horizon een betaalde baan, maar voor anderen betekent het dat de laatste illusies op persoonlijke ontplooiing of carrière achter diezelfde horizon verdwijnen. Er zijn weinig woorden in de Nederlandse taal die in combinatie met een of enkele andere woorden of als staande uitdrukking zoveel aanleiding geven tot dubbelzinnigheden en meerdere betekenissen als de woorden ‘arbeid', ‘werk' en ‘baan'. Reïntegratiebureau's en beleidsmakers die werkprojecten een naam moeten geven maken er volop gebruik van. We horen van fraai klinkende projecten als ‘Maatwerk', ‘Raderwerk', ‘Netwerk' etc. Het is de uitdrukking van het feit, dat werk, een baan, arbeid, voor de meeste mensen een dubbelzinnige betekenis heeft. Aan de ene kant betekent arbeid kansen op ontplooiing, carrière, perspectieven, deel uitmaken van de samenleving, serieus genomen worden, inkomen, macht. Aan de andere kant wordt arbeid geassocieerd met het zweet des aanschijns, met moeite, met meehollen in een veel te hoog tempo, met stress, frustratie.Veel mensen staan ambivalent tegenover het verrichten van arbeid. Iedereen probeert wat dit betreft een evenwicht te vinden tussen zichzelf en zijn of haar omgeving. Een evenwicht waarin je persoonlijke belangen op ontplooiing in overeenstemming zijn met: iets doen voor de ander, voor de samenleving. Mensen proberen een evenwicht te handhaven wanneer ze geconfronteerd worden met de pogingen van uitkeringsinstanties en reintegratiebedrijven om hen aan het betaalde werk te krijgen.

Analyses van opvattingen over arbeid zijn van belang in de dagelijkse omgang met allerlei instanties. De overheid hanteert bepaalde opvattingen over de betekenis van arbeid in onze maatschappij en baseert daarop haar beleid. Wanneer een werkzoekende klant wordt geconfronteerd met particuliere bemiddelingsbureau's of overheidsinstanties is dat ook een ideologische confrontatie: argumenten worden uitgewisseld over waarom een klant bepaalde dingen wel of niet moet doen. Zoals argumenten over massa-werkloosheid, en de noodzaak van sociale activering. Het kan dus van belang zijn bij je individuele zoektocht door het doolhof van instanties en hoe je daarmee om moet gaan op de hoogte te zijn van de argumenten waarvoor men wel of niet gevoelig is.

Over de redeneertrant van de overheid in het verlengde van opvattingen die in de maatschappij leven het volgende. Een van de grote vraagstukken in de sociale wetenschappen is de relatie tussen de subjectieve houding en opvattingen van mensen en het daaraan gerelateerde gedrag, dus hoe de mensen zelf hun gedrag motiveren en anderzijds de structuren van de maatschappij, de ‘omgevingsvariabelen’. In de zeventiger jaren deed men dit vanuit een kritiek op het functioneren van het kapitalisme en de negatieve uitwassen daarvan. Sociale ongelijkheid in de maatschappij en de mate waarin individuen kansen hebben op de arbeidsmarkt of meer in zijn algemeenheid kansen hebben vooruit te komen in de maatschappij worden in sterke mate bepaald door factoren als massa-werkloosheid, scheiding tussen rijk en arm. Vooral deze omgevingsfactoren die het gedrag van mensen beïnvloeden werden benadrukt. Om de mensen meer kansen te geven moest er worden gewerkt aan de verbetering van de factoren die de kansen van mensen in de maatschappij beïnvloeden. De overheid moest actief de negatieve uitwassen van het kapitalisme bestrijden om een rechtvaardige verdeling te bewerkstelligen. Daarbij behoorde een actief werkgelegenheidsbeleid, om banen te scheppen.

Balans doorgeslagen

Begin tachtiger jaren kwam een proces op gang waarbij de balans is doorgeslagen naar de andere kant: niet de negatieve uitwassen van het kapitalisme werden benadrukt, maar dat de markt beter moet functioneren en meer tot zijn recht komen. Dat dit niet gebeurt is een gevolg van verkeerd gedrag van mensen: de houding en opvattingen van de mensen en hun op basis daarvan gemotiveerd gedrag. Het begrip eigen verantwoordelijkheid staat centraal, je kunt zelf van alles doen om niet in een situatie van werkloosheid en armoede terecht te komen. Iedereen heeft kans in een markteconomie, en wie niet meekomt, moet zijn of haar gedrag wijzigen en kansen grijpen. Dit past in een liberaal beleid, waarbij de schuld van de werkloosheid bij de mensen zelf wordt gelegd: niet omdat er 2 miljoen werklozen zijn is het moeilijk om aan het werk te komen, maar vanwege het ontbreken van een goede motivatie komen werklozen niet aan de bak. De verantwoordelijkheid voor het bestaan van massa- werkloosheid wordt bij de werkloze gelegd: het is door zijn of haar gedrag dat hij geen werk heeft, als je maar wilt, dan is er werk genoeg, maar de mensen zijn soms niet gemotiveerd, willen niet werken, etc.

Allerlei management-technieken werden ontwikkeld om te gaan sleutelen aan gedrag, motivatie, en verdere kenmerken van het individu, om hem of haar in staat te stellen mee te doen in de race om de schaarse banen. De uitwassen van het kapitalisme, het onvoldoende aantal beschikbare banen en hoe daar invloed op uit te oefenen verdwijnt uit het beeld, alles is erop gericht het marktmechanisme beter te laten functioneren. Dus schieten reïntegratiebedrijven als paddenstoelen uit de grond die werklozen moeten motiveren, begeleiden, cq onder druk zetten om allerlei vormen van betaalde arbeid te aanvaarden. Op die manier, zegt men, als de arbeidsmarkt flexibel wordt, heeft iedereen of een baan of tijdelijk even niet, maar niemand is langdurig werkloos. In feite is het huidige beleid een andere theorie over de relatie tussen de maatschappelijke omstandigheden enerzijds en opvattingen, motivatie en gedrag van mensen anderzijds. Uit de vele managementtechnieken om het menselijk gedrag te beïnvloeden blijkt wel, dat de nieuwe theorie minstens even aanvechtbaar is als de oude. In de praktijk blijkt duidelijk,dat dit beleid niet werkt en dat toch velen kansloos zijn op de arbeidsmarkt, gezien het tekort aan banen. Onder concurrentieverhoudingen tussen individuen vllen de mensen af, die door (prive) omstandigheden niet volop meekunnen in de race. Zij blijven langs de kant.

Wat kan ik doen:

Er valt verder nog veel over te zeggen, maar wat moet je hiermee in je individuele situatie, als je gesprekken hebt met uitkerende instanties of reïntegratiebedrijven. Zij gaan uit van het nieuwe liberale beleid. Dus men is minder gevoelig voor argumenten die benadrukken dat je door omgevingsfactoren of factoren buiten jezelf in een bepaalde situatie terecht bent gekomen.Vaak gebruiken mensen die argumenten op momenten die hen strategisch geschikt lijkt in een discussie of in onderhandeling met functionarissen van allerlei instanties, om voor zichzelf bepaalde doelstellingen te bereiken. Die doelstellingen kunnen variëren van: ik ben langdurig werkloos, en ik doe vrijwilligerswerk en die situatie wil ik handhaven tot: ik wil bepaalde vormen van betaald werk of beroepsuitoefening wel, maar andere weer niet. Maar argumenten als: ik kom niet aan het werk, want er zijn 2 miljoen werklozen, of: het is allemaal een gevolg van slecht functionerende instanties zal men niet of slechts in beperkte mate accepteren. Je kunt het als motivatie noemen, maar men zal in veel gevallen erop uit zijn te benadrukken dat je je flexibel moet opstellen, en dat het feit, dat veel mensen niet aan de bak komen voor jouw in jouw individuele situatie nog geen reden is, geen pogingen meer te wagen, omdat jij misschien wel aan de bak komt. De veelgehoorde klacht dat de aangeboden trajecten gezien hun kwaliteit en inhoud je geen steek verder helpen zal men niet snel accepteren. Legio zijn de voorbeelden waarbij een werkzoekende die hoger opgeleid is een traject of een cursus moet volgen dat voor laag opgeleiden bestemd is en waar hij/zij niets aan heeft. Individueel maatwerk is soms ver te zoeken. Uitkeringsinstanties kopen standaardcursussen in, waar men maar in moet passen. Men zal je wijzen op je individuele verantwoordelijkheid middels betaalde arbeid iets voor de maatschappij te betekenen en dat de situatie waarin je terechtkomt voornamelijk een gevolg is van keuzen die je zelf gemaakt hebt. Daarmee zitten we middenin de manier waarop je gesprekken kunt voeren met dat soort instanties. Daarover kun je via de index van reïntegratie meer vinden.

Waar kan ik terecht:

In Amsterdam kun je terecht bij de Bijstandsbond. Maar ook uit de rest van het land kunnen mensen bellen om advies te vragen. Probeer iemand te vinden die met je meegaat naar gesprekken die je kan ondersteunen en die als getuige kan optreden. Soms zijn uitkeringsgerechtigden die met behoud van uitkering werken helemaal aan het eind van hun latijn en ondervinden ze ten gevolge van het werktrject grote psychische problemen. Je zult in eerste instantie misschien zwaar onder druk komen te staan omdat men gaat dreigen met stopzetting van de uitkering of opschorting en die druk moet je tegen kunnen. Onze ervaring is weliswaar, dat uiteindelijk alles op zijn pootjes terechtkomt, maar dat kan even duren.

Bezoekadres Bijstandsbond: Da Costakade 162, 1053 XD in het gebouw Tetterode op de hoek van de Kinkerstraat ter hoogte van de Bilderdijkstraat, tram 7,17,12 en 10.